Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3080.

15. Ingevolge de EEX-Verordening worden de omvang van het gezag van gewijsde dat aan een rechterlijke beslissing toekomt en het rechtsgevolg daarvan bepaald door het recht van de lidstaat waarin de beslissing is gegeven. Vgl. HvJEG 4 februari 1988, zk 145/86 (Hoffmann/Krieg), Jur. 1988, p. 645; zie ook HR 12 maart 2004, NJ 2004, 284. In het onderhavige geval wordt het gezag van gewijsde en het rechtsgevolg van de beslissing van de Zweedse fondsrechter derhalve bepaald door Zweeds recht, met inbegrip van het voor Zweden inwerkinggetreden Verdrag van Londen. Uit art. 13 van het Verdrag van Londen volgt dat de daar bedoelde, uit de fondsvorming voortvloeiende "immuniteit" van beslagen zich uitstrekt tot het rechtsgebied van alle staten die partij zijn bij het verdrag. Dit betekent dat erkenning van de beslissing van de Zweedse fondsrechter "immuniteit" van beslagen niet alleen in Zweden, maar ook in Nederland tot rechtsgevolg heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6, en de alinea staat in dat document op bytes 22746 tot 23702.