Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3080.

19. Bij de toepassing van art. 13 dienen derhalve drie gevallen te worden onderscheiden. In de eerste plaats het geval waarin (voor of na fondsvorming) beslag is gelegd door een persoon die zijn vordering tegen het fonds heeft ingediend. In dit geval mist het beslag ingevolge art. 13 lid 1 rechtsgevolg en is opheffing dus imperatief. In de tweede plaats het geval waarin beslag is gelegd voordat fondsvorming heeft plaatsgevonden en de vordering ter verzekering waarvan het beslag is gelegd (nog) niet tegen het fonds is ingediend. De opheffing is ingevolge art. 13 lid 2 imperatief, indien sprake is van één van de situaties genoemd onder punt a t/m d. Is daarvan geen sprake dan is opheffing facultatief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6, en de alinea staat in dat document op bytes 27142 tot 27865.