Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3080.

20. In het onderhavige geval heeft Westereems op 13 maart 2003 beslag doen leggen op de "Seawheel Rhine", derhalve nadat in Zweden fonds was gevormd. Vervolgens heeft Westereems in oktober 2003 haar vordering bij dit fonds ingediend. Hier is dus sprake van het eerste geval, bedoeld in art. 13 lid 1 van het verdrag: het beslag is (na fondsvorming) gelegd door een persoon die zijn vordering tegen het fonds heeft ingediend. In een zodanig geval mist het beslag ingevolge art. 13 lid 1 rechtsgevolg en is opheffing dus imperatief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6, en de alinea staat in dat document op bytes 27885 tot 28429.