Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3080.
21. Het oordeel van het hof dat niet summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vorderingen waarvoor het beslag door Westereems is gelegd en ter opheffing waarvan de garanties zijn verstrekt, en dat daarom de vordering tot teruggave van de garanties door de rechtbank terecht is afgewezen, getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting. Ingevolge het hier toepasselijke eerste lid van art. 13 van het Verdrag van Londen is de deugdelijkheid van de vordering waarvoor het beslag is gelegd niet van belang bij de beoordeling van de vordering tot teruggave van de garanties en is, nu fondsvorming in Zweden heeft plaatsgevonden en Westereems haar vordering ter verzekering waarvan zij het beslag heeft gelegd bij dit fonds heeft ingediend, vrijgave van de gestelde zekerheden imperatief. Subonderdeel I.4 treft derhalve doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6, en de alinea staat in dat document op bytes 28449 tot 29300.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6 | shasum -a 256