Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2006

Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3219.

3.4. Daaraan doet m.i. niet af het betoog(13) van de man dat het hof - vanwege de in rov. 2.7 bedoelde 'fiscale consequenties' - geoordeeld zou hebben dat aan de zijde van de vrouw per 1 januari 2005 geen behoefte bestaat. Nu alleszins de vraag is of het hof inderdaad daarop het oog gehad heeft, moet - zelfs als dat het geval zou zijn - nog steeds gelden dat het hof onvoldoende (controleerbaar) inzicht gegeven in zijn daartoe gevolgde gedachtegang. Ik merk in dit verband overigens nog op dat in 's hofs overweging aan het slot van rov. 2.7 - dat de vrouw aan de van 1 april 1998 tot 1 januari 2004 vastgestelde bijdragen ook behoefte heeft - m.i. een bevestiging kan worden gelezen voor de lezing dat het hof géén rekening heeft gehouden met de behoefte van de vrouw per 1 januari 2005.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9166d677f9571dd393fdcf1cbba2e093f1e38a524a072f7c06a803b90ad95c79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9166d677f9571dd393fdcf1cbba2e093f1e38a524a072f7c06a803b90ad95c79, en de alinea staat in dat document op bytes 28922 tot 29729.