Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3410.

"8. In het licht van hetgeen hiervoor onder 4 is overwogen wijst het hof het door Pharma gedane bewijsaanbod tot het horen van [betrokkene 1] en eventuele andere voormalige medewerkers als te vaag van de hand. Pharma heeft bij conclusie van antwoord als productie I, II en III uit 1997 daterende verklaringen overgelegd van [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 10]. Zelfs indien veronderstellenderwijs zou worden aangenomen dat deze verklaringen onder ede zijn afgelegd, hetgeen niet het geval is, dan zou dat het hof niet tot een ander oordeel hebben geleid dan hiervoor onder 4 is overwogen. Pharma heeft niet aangegeven wat deze drie medewerkers als getuigen meer of anders zouden kunnen verklaren dan in hun schriftelijke verklaringen terzake is opgenomen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9cd174e67527c7262c253e9377cb6b80093b3c2c781bfdc6d58278c47f2f224. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9cd174e67527c7262c253e9377cb6b80093b3c2c781bfdc6d58278c47f2f224, en de alinea staat in dat document op bytes 20501 tot 21284.