Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3410.
In rechtsoverweging 2 heeft het hof de aanvullende conclusies van de deskundige als weergegeven in rechtsoverweging 1 tot de zijne gemaakt en heeft het hof overwogen dat met deze aanvullende conclusies alsnog zijn hersteld de gebreken die aan het eerdere bericht van de deskundige kleefden (te weten - aldus het hof in zijn tussenarrest van 18 september 2002 - dat de deskundige heeft nagelaten zijn conceptrapport voor te leggen aan partijen en dat uit het rapport niet duidelijk wordt op welke informatie en op welke bijlagen de deskundige in zijn rapport doelt), zodat het hof thans ook de in dat eerdere rapport getrokken conclusies onderschrijft en tot de zijne maakt. In rechtsoverweging 3 heeft het hof overgenomen het in de rechtsoverwegingen 6.1-6.5 van het beroepen vonnis neergelegde oordeel van de rechtbank - met de daaraan ten grondslag liggende motivering - dat op grond van de vastgestelde feiten en de bevindingen en conclusies van de deskundige kan worden geconcludeerd dat er sprake is van aansprakelijkheid aan de zijde van Pharma. In genoemde rechtsoverwegingen heeft de rechtbank overwogen dat vaststaat dat [betrokkene 1] bij het inbrengen van de intraveneuze canule heeft misgeprikt en dat de canule door een tweede verpleegster alsnog in dezelfde arm is ingebracht, dat de rechtbank de conclusies van de deskundige overneemt dat daarbij en daarmee onzorgvuldig is gehandeld jegens [verweerder], dat de betwisting door Pharma van de door [verweerder] gestelde feitelijke toedracht dat hij direct bij de eerste poging heeft aangegeven dat sprake was van pijn niet consistent is, dat het onverstandig was om de intraveneuze canule weer in dezelfde arm in te brengen en dat tussen de door [verweerder] ontwikkelde spierdystrofie en het "prikincident" sprake is van voldoende causaal verband en dat van het door Pharma gestelde preëxistente lijden en een bij [verweerder] bestaande predispositie geen sprake was. In rechtsoverweging 4 heeft het hof daaraan toegevoegd dat de nursing note en de verklaring van de arts [betrokkene 8] de juistheid onderstrepen van de overweging van de rechtbank dat de betwisting door Pharma van de door [verweerder] gestelde feitelijke toedracht niet consistent is en voorts dat de deskundige in zijn eerste rapportage heeft gesteld dat het onverstandig en onjuist was om voor de tweede keer in dezelfde arm te injecteren en dat de deskundige in zijn aanvullende rapportage heeft gesteld dat hij ondanks de kritiek van [betrokkene 9] niets van deze conclusie terugneemt, in welk verband het hof heeft overwogen dat het voorbijgaat aan het afwijkende standpunt van Pharma nu Pharma dat standpunt verder op geen enkele wijze heeft onderbouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9cd174e67527c7262c253e9377cb6b80093b3c2c781bfdc6d58278c47f2f224. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9cd174e67527c7262c253e9377cb6b80093b3c2c781bfdc6d58278c47f2f224, en de alinea staat in dat document op bytes 26134 tot 28841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a9cd174e67527c7262c253e9377cb6b80093b3c2c781bfdc6d58278c47f2f224 | shasum -a 256