Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Alinea 117 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3752.

19. De verdediging heeft, nu het opzetverweer niet kon worden gevoerd, het leerstuk van het pleitbare standpunt betrokken op de straftoemeting. Dat getuigt van de nodige creativiteit, maar tegelijk kan vastgesteld worden dat het leerstuk daarmee uit het kader wordt gelicht waarin het tot ontwikkeling is gekomen. Voor de bepleite verruimde werking van het leerstuk en de overplanting daarvan naar het strafrecht is in de noot van Feteris - waarop de verdediging zich beriep - geen steun te vinden. Dat het Hof daar niet aan wilde, ligt mijns inziens voor de hand. In het strafrecht pleegt de schade die door het strafbare feit is berokkend, het nadeel dat daardoor teweeg is gebracht, gezien te worden als een objectieve factor die de ernst van het feit mede bepaalt. Het gaat daarbij om het perspectief van het slachtoffer, niet om dat van de dader. In de portemonnee die de dader rolde, kan niet meer dan een enkele cent hebben gezeten, maar - wie weet - ook duizenden Euro's. In beide gevallen is de opzet en de verwijtbaarheid hetzelfde, maar de schade verschilt, en daarmee de ernst van het feit. Het staat de rechter vrij aan dat objectieve verschil betekenis toe te kennen bij de straftoemeting. Het spreekt in het strafrecht dus min of meer vanzelf dat, voor zover rekening wordt gehouden met het veroorzaakte nadeel, het daarbij gaat om het werkelijke nadeel, het nadeel dat objectief gezien is teweeggebracht. Hoe de dader de omvang van de schade heeft ingeschat - of hoe hoog buitenstaanders konden menen dat die schade uit zou vallen -, is bij deze objectieve straftoemetingsfactor dus uit de aard der zaak niet van belang. Het is zogezien alleszins begrijpelijk dat het Hof zich bij de weerlegging van een verweer dat zich richtte op de hoogte van het benadelingsbedrag, "als vanzelfsprekend" alleen over de werkelijke schade heeft gebogen en dat het de stelling dat het nadeel volgens een bepaald pleitbaar standpunt lager uitviel dan die in werkelijkheid was, stilzwijgend als volkomen irrelevant ter zijde heeft geschoven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19, en de alinea staat in dat document op bytes 42832 tot 44885.