Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006
Alinea 127 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3752.
25. Ik stel voorop dat het beroep op art. 359, tweede lid, Sv de klacht er niet sterker op maakt.(28) Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is een verzoek in de zin van art. 75, eerste lid, jo. art. 69, eerste lid, Sv waarop het Hof, nu dat verzoek ter terechtzitting werd gedaan, op grond van art. 21, eerste lid, Sv een beslisssing had moeten geven. De verplichting om op het verzoek te beslissen bestaat daarbij ook als het verzoek, zoals in casu, niet uitdrukkelijk is onderbouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19, en de alinea staat in dat document op bytes 48737 tot 49250.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19 | shasum -a 256