Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Alinea 128 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3752.

26. De verdachte mist, als de Hoge Raad mij volgt in mijn onderstaande conclusie dat het cassatieberoep moet worden verworpen, belang bij het middel voorzover het ziet op het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Met de verwerping van het beroep vervalt immers ingevolge art. 75, vijfde lid, Sv de voorlopige hechtenis door het in kracht van gewijsde gaan van 's Hofs arrest. Ik merk daarbij op dat de verdachte in het uitblijven van een beslissing op het verzoek aanleiding had kunnen vinden om het verzoek opnieuw te doen. Alsdan had de raadkamer van het Hof een beslissing (op het herhaalde verzoek) moeten geven (art. 75, eerste lid, Sv jo. art. 69, eerste lid, Sv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19, en de alinea staat in dat document op bytes 49270 tot 49966.