Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3752.

27. De situatie met de terugstorting van de waarborgsom ligt gecompliceerder en verdient mitsdien nadere aandacht. Eén van de algemene voorwaarden ter verzekering van de nakoming waarvan de zekerheidstelling strekt, houdt in dat de verdachte, ingeval hij wegens het feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich niet aan de tenuitvoerlegging daarvan zal onttrekken (art. 80, tweede lid, onder 2° Sv). Van niet-naleving van deze voorwaarde kan strikt genomen pas sprake zijn als de veroordeling onherroepelijk is geworden.(29) De bedoeling van de wetgever lijkt dan ook niet te zijn geweest dat de waarborgsom moet worden teruggegeven zodra de voorlopige hechtenis door het onherroepelijk worden van de veroordeling een einde neemt. Dat is in de wet dan ook niet bepaald.(30) Welnu, als juist is dat de verwerping van het cassatieberoep niet van rechtswege meebrengt dat de waarborgsom moet worden teruggegeven, houdt de verdachte belang bij die teruggave en daarmee bij de klacht dat op het verzoek daartoe niet is beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19, en de alinea staat in dat document op bytes 49986 tot 51103.