Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006
Alinea 132 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3752.
30. In het tweede geval (zelfstandig verzoek) rijzen niet geringe problemen. Om dat duidelijk te maken het volgende. Als het Hof het verzoek had afgewezen, was sprake geweest van een uitspraak waartegen gelijktijdig met de eind-uitspraak cassatie kon worden ingesteld. Omdat de einduitspraak naar mijn mening niet op deze uitspraak steunt, staat het beroep daartegen los van het beroep tegen de einduitspraak.(32) Denkbaar is derhalve dat het cassatieberoep tegen de veroordeling wordt verworpen en het beroep tegen de afwijzing van het verzoek gegrond wordt verklaard. Ongerijmd is die uitkomst mijns inziens niet te noemen. Doordat het onherroepelijk worden van de veroordeling zoals gezegd niet meebrengt dat de waarborgsom moet worden teruggegeven, heeft de verdachte nog steeds belang bij een beslissing op zijn verzoek. Het enige wat misschien wringt, is dat art. 85 Sv van "verdachte" spreekt, terwijl, als de Hoge Raad zich niet in staat zou achten om de zaak zelf af te doen en daarom zou verwijzen of terugwijzen, inmiddels sprake is van een "veroordeelde".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19, en de alinea staat in dat document op bytes 52756 tot 53836.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19 | shasum -a 256