Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Alinea 137 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3752.

35. Duidelijk moge zijn dat het cassatiemiddel een baaierd aan problemen oproept. Dat maakt het verleidelijk om het middel te verwerpen met het formele argument dat het berust op de opvatting dat in casu sprake is van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359, tweede lid, Sv dan wel van een verzoek in de zin van art. 328 jo. art. 330 Sv, welke opvatting onjuist is. Ik zou er, mede gelet op het belang van de rechtsontwikkeling, voor willen pleiten dat de Hoge Raad deze verleiding weerstaat en zich inhoudelijk over de door het middel aangekaarte problematiek uitspreekt. De Hoge Raad zou dan kunnen verstaan (1) dat het onherroepelijk worden van de einduitspraak niet van rechtswege meebrengt dat de waarborgsom moet worden teruggegeven en (2) dat redelijke wetsuitleg meebrengt dat een verzoek ex art. 85 Sv door de gewezen verdachte ook kan worden gedaan nadat de einduitspraak in kracht van gewijsde is gegaan en vervolgens, mede gelet op het geringe belang dat de verdachte bij een klacht als de onderhavige heeft, kunnen oordelen dat niet met vrucht in cassatie kan worden geklaagd over het uitblijven van een beslissing op verzoeken als waarvan hier sprake is, nu dat verzuim de bestreden uitspraak in geen enkel opzicht raakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19, en de alinea staat in dat document op bytes 57253 tot 58523.