Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Alinea 187 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3752.

49. De eerste twee klachten stuiten erop af dat de keuze van de factoren die - na bewezenverklaring van het feit - voor de strafoplegging van belang zijn te achten, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt.(39) Geen rechtsregel belet de rechter daarbij ook te betrekken "de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd".(40) Dat het om een tamelijk abstracte beoordelingsfactor gaat, die wellicht niet op zichzelf direct leidt tot de toe te passen strafmaat, doet daaraan niet af. Enige richting biedt deze wegingsfactor wel. Ik wijs er voorts op dat door de verdediging weliswaar is gepleit voor "een vrijheidsstraf die de voorlopige hechtenis zal dekken en voorts zodanig van omvang zal zijn dat die kan worden 'uitgezeten' met een vrijheidsbeperkende maatregel als de zogeheten 'enkelband', maar niet is betoogd dat de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf als door de advocaat-generaal gevorderd in casu buiten de orde is. Een dergelijk standpunt kan niet voor het eerst in cassatie worden betrokken. Het beroep dat in de toelichting op het middel wordt gedaan op het artikel van De Bont, stuit daarop af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19, en de alinea staat in dat document op bytes 73662 tot 74984.