Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Alinea 243 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3752.

30 In geval van opheffing van de voorlopige hechtenis is dit anders. Art. 86, derde lid, Sv bepaalt dat dan de waarborgsom moet worden teruggegeven. Maar in dat geval zijn de gronden voor voorlopige hechtenis (waaronder gevaar voor vlucht) niet langer aanwezig, zodat ook het voortduren der zekerheid niet langer noodzakelijk kan worden geacht (vgl. art. 85 Sv). Als de voorlopige hechtenis eindigt door het onherroepelijk worden van de veroordeling, is er nog wel - of misschien wel juist - gevaar voor vlucht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982dadca8d4b1c041ce37daded08b092b2b7f9ce2b9e22c0e8c6b8a9a643eb19, en de alinea staat in dat document op bytes 87295 tot 87819.