Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX5381.

4.6. Indien het middel zo wordt gelezen dat het alleen klaagt over schending van art. 24 Rv, faalt het. Partijen hebben wel degelijk gedebatteerd over de vraag of [eiser]s urenregistratie meer dan de daadwerkelijk gewerkte uren omvatte; Biman heeft immers gewezen op de vrije uren na het wegbrengen van de kinderen van de manager en op [eiser]s pauzes. Dit bood het hof de ruimte om te concluderen dat de opgegeven uren niet allemaal werkuren waren. Dat het hof ervan is uitgegaan dat dit de strekking was van Bimans betoog, acht ik niet in strijd met art. 24 Rv. De rechter komt een behoorlijke mate van vrijheid toe bij het vaststellen van de feitelijke grondslag aan de hand van de aangevoerde feiten; die grondslag kan immers ook impliciet in de aangevoerde feiten besloten liggen.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32ba5e838e474fd36bd5b9368920612e905f451a63df1ffffd8d581bc956eb14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32ba5e838e474fd36bd5b9368920612e905f451a63df1ffffd8d581bc956eb14, en de alinea staat in dat document op bytes 17873 tot 18675.