Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2006
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX5765.
Verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat -kort samengevat en zakelijk weergegeven- de hem verweten uitlatingen met betrekking tot de personen genoemd in de tenlastelegging, te weten [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en (wijlen) [benadeelde partij 3], zijn gedaan in het kader van het publieke debat dat in Nederland was ontstaan als gevolg van het afzeggen van het bezoek van Z.K.H. prins Willem Alexander aan Turkije, welke afzegging betrekking had op de in Nederland ontstane commotie naar aanleiding van de eerder bedoelde gebeurtenissen in Alanya, de strafvervolging van de verdachten en de vrijlating van een van de "verkrachters/moordenaars van Alanya". In dit licht bezien staat artikel 10 van het Europees verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) aan een veroordeling in de weg, aldus de verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc664aa717183f7c217bf9ac99d63b27101f12991aea3cac7611e3eec3f42048. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc664aa717183f7c217bf9ac99d63b27101f12991aea3cac7611e3eec3f42048, en de alinea staat in dat document op bytes 12055 tot 12959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc664aa717183f7c217bf9ac99d63b27101f12991aea3cac7611e3eec3f42048 | shasum -a 256