Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2006

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX6411.

Overigens is het hof van oordeel dat op grond van de aanwijzingen van aangeefster en haar dochter, die hebben geleid tot aanhouding van verdachte en haar medeverdachte, sprake was van ernstige bezwaren ter zake van (poging tot) diefstal in vereniging (zakkenrollerij), die een fouillering ter voorkoming van het wegmaken van sporen, hetgeen ook als reden voor de fouillering in het proces-verbaal van aanhouding wordt genoemd, rechtvaardigen. Onder "sporen" valt in dit verband in redelijkheid ook te verstaan eventuele buitgemaakte goederen. De opsporing daarvan valt onder het belang van het onderzoek als bedoeld in het eerste lid van artikel 56 van het Wetboek van Strafvordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/104dede81b3245d0301c9c7452ca9944558ded7cc9c63952fa4c356ac86889aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 104dede81b3245d0301c9c7452ca9944558ded7cc9c63952fa4c356ac86889aa, en de alinea staat in dat document op bytes 11461 tot 12158.