Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX6733.

39 P.A. Flutsch, WPNR (2005) nr. 6632, blz. 636. Hij verwijst naar HR 29 januari 1986, BNB 1986, 89 en HR 15 april 1998, BNB 1998, 194 m.nt. J.W. Zwemmer. In de eerstgenoemde zaak verwierp de Hoge Raad de klachten over het oordeel van het hof dat de door belanghebbende in verband met de verkrijging van (een deel van) de onderneming aangegane schulden naar haar aard tot het ondernemingsvermogen behoren. In de laatstgenoemde zaak had het hof overwogen dat van een schuld, die is aangegegaan ter verwerving van (een deel van) een onderneming, in redelijkheid niet kan worden gezegd dat die tot het verplichte privé-vermogen van de ondernemer zou behoren, terwijl ook het aanmerken als keuzevermogen niet aan de orde kan komen, nu in een dergelijk geval een zodanig nauw verband bestaat tussen de schuld en het daartegenover verworven ondernemingsvermogen dat de desbetreffende ondernemer immer de grenzen der redelijkheid zou overschrijden indien hij die schuld tot zijn privé-vermogen zou willen rekenen". De Hoge Raad verwierp het beroep. Zie ook nog: HR 12 november 1997, BNB 1998, 145.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61a95ce88c29c1051bcc98476a933654545afa54705f5428e2c497cdcb8023c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61a95ce88c29c1051bcc98476a933654545afa54705f5428e2c497cdcb8023c9, en de alinea staat in dat document op bytes 68546 tot 69651.