Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX7487.
In een ontnemingsprocedure kunnen zulke verschillen in de zienswijzen van Openbaar Ministerie en rechter tot bijzondere motiveringsverplichtingen leiden, bijvoorbeeld indien de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie een ruimhartiger gebruik van de in art. 36e, vierde lid, Sr toegekende matigingsbevoegdheid heeft voorgestaan, vgl. HR NJ 2004, 256. Anderzijds dient bedacht te worden dat het Openbaar Ministerie in een ontnemingsprocedure minder invloed heeft op de grenzen waarbinnen de rechter moet beslissen, aangezien de in art. 36e Sr bedoelde vordering weliswaar de aanleiding is voor de ontnemingsbeslissing, maar daarvoor - anders dan een tenlastelegging in een strafzaak - niet de grondslag vormt, vgl. HR NJ 2000, 298.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a8a243b97b5813512678d427d7b50bb36ebba6c0bd43af9ae0c04a66cbdeeb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a8a243b97b5813512678d427d7b50bb36ebba6c0bd43af9ae0c04a66cbdeeb9, en de alinea staat in dat document op bytes 8891 tot 9639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5a8a243b97b5813512678d427d7b50bb36ebba6c0bd43af9ae0c04a66cbdeeb9 | shasum -a 256