Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX7774.

2. De feiten waarvan in cassatie uitgegaan dient te worden, treft men aan in r.o. 1.1 t/m 1.4 van het tussenvonnis van de kantonrechter (zie r.o. 1 van het arrest van het hof) en in r.o. 2.1 t/m 2.5 van het arrest van het hof. Zij komen voor zover thans van belang op het volgende neer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebc1cfc47e957fd33bf4238d60a059abf21ecbd29e4207b66db4e00305799e5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebc1cfc47e957fd33bf4238d60a059abf21ecbd29e4207b66db4e00305799e5c, en de alinea staat in dat document op bytes 5983 tot 6283.