Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX7774.

"Geen grief is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter in het tussenvonnis van 5 september 2001 dat [eiser] de bewijslast draagt van zijn stelling dat hij in de periode van 1 januari tot 31 augustus 2000 in systeemvaart werkte, zodat ook in appèl van dat oordeel dient te worden uitgegaan. Voorzover [eiser] met zijn grieven beoogd mocht hebben te betogen, dat [verweerder] hem (al dan niet op last van de kantonrechter) voor zijn bewijslevering (de gegevens uit) haar vaartijdenboek ter beschikking had dienen te stellen, gaat het hof aan dat betoog voorbij. [Eiser] heeft, mede gelet op het feit dat hij een drietal getuigen heeft doen horen die uit eigen wetenschap met betrekking tot de werktijden van [eiser] in de litigieuze periode hebben verklaard, onvoldoende gesteld om de conclusie te kunnen wettigen dat hij in redelijkheid slechts bewijs zou kunnen leveren aan de hand van in het bezit van [verweerder] zijnde gegevens, zodat de eisen van een goede procesorde met zich zouden hebben meegebracht dat [verweerder] hem (de gegevens uit) het vaartijdenboek ter beschikking had behoren te stellen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebc1cfc47e957fd33bf4238d60a059abf21ecbd29e4207b66db4e00305799e5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebc1cfc47e957fd33bf4238d60a059abf21ecbd29e4207b66db4e00305799e5c, en de alinea staat in dat document op bytes 10311 tot 11438.