Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX7774.
14. In het onderhavige geval heeft het hof geoordeeld dat [eiser], mede gelet op het feit dat hij een drietal getuigen heeft doen horen die uit eigen wetenschap met betrekking tot de werktijden van [eiser] in de litigieuze periode hebben verklaard, onvoldoende heeft gesteld om de conclusie te kunnen wettigen dat hij in redelijkheid slechts bewijs zou kunnen leveren aan de hand van in het bezit van [verweerder] zijnde gegevens, zodat de eisen van een goede procesorde met zich zouden hebben meegebracht dat [verweerder] hem (de gegevens uit) het vaartijdenboek ter beschikking had behoren te stellen. Naar 's hofs oordeel is derhalve niet aannemelijk dat een behoorlijke rechtsbedeling zonder verschaffing van (de gegevens uit) het vaartijdenboek niet is gewaarborgd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebc1cfc47e957fd33bf4238d60a059abf21ecbd29e4207b66db4e00305799e5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebc1cfc47e957fd33bf4238d60a059abf21ecbd29e4207b66db4e00305799e5c, en de alinea staat in dat document op bytes 15341 tot 16124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebc1cfc47e957fd33bf4238d60a059abf21ecbd29e4207b66db4e00305799e5c | shasum -a 256