Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX7805.

12. De man is tegen de beschikking van het hof (tijdig) in cassatie gekomen met één middel, gericht tegen het oordeel van het hof betreffende de uitkering van Nationale Nederlanden. De vrouw heeft een verweerschrift in cassatie ingediend en daarbij de Hoge Raad verzocht de man niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem ingestelde cassatieberoep, althans het cassatieberoep te verwerpen. Voorts heeft de vrouw van haar kant voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld met twee middelen, gericht tegen het oordeel van het hof met betrekking tot de schuld bij de Postbank. De man heeft een verweerschrift in cassatie tegen het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingediend en daarbij de Hoge Raad verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in het door haar ingestelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, althans dit cassatieberoep te verwerpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69df78cf29dcc70585f623d5c780a50adf4dfd9026a9dcad726e143b7933818a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69df78cf29dcc70585f623d5c780a50adf4dfd9026a9dcad726e143b7933818a, en de alinea staat in dat document op bytes 9740 tot 10629.