Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX7805.

16. Uitgangspunt is dat ingevolge de hoofdregel van art. 1:94 lid 1 BW de gemeenschap alle tegenwoordige en toekomstige goederen van de echtgenoten omvat. Vgl. HR 3 januari 1986, NJ 1987, 73 nt. EAAL en HR 22 maart 1996, NJ 1996, 640 nt. WMK. Afwijking van de hoofdregel op de voet van het derde lid van art. 1:94 BW vindt slechts plaats in uitzonderlijke gevallen. Vgl. HR 22 maart 1996, NJ 1996, 640 nt. WMK. Daarbij geldt als vuistregel dat het antwoord op de vraag of een goed op bijzondere wijze aan een der echtgenoten is verknocht en, zo ja, in hoeverre die verknochtheid zich ertegen verzet dat het goed in de gemeenschap valt, afhangt van de aard van het goed, zoals deze aard mede door de maatschappelijke opvattingen wordt bepaald. De bijzondere omstandigheden van het geval zijn beslissend. Vgl. HR 23 december 1988, NJ 1989, 700 nt. EAAL en HR 24 oktober 1997, NJ 1998, 693 nt. WMK.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69df78cf29dcc70585f623d5c780a50adf4dfd9026a9dcad726e143b7933818a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69df78cf29dcc70585f623d5c780a50adf4dfd9026a9dcad726e143b7933818a, en de alinea staat in dat document op bytes 11775 tot 12683.