Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX7805.

19. Hieruit volgt dat, anders dan het middel betoogt, de enkele stelling dat de uitkering het gevolg is van een aan de man op zijn werk overkomen bedrijfsongeval ter zake waarvan hij zowel materiële als immateriële schade heeft geleden, niet voldoende is om de uitkering te kunnen aanmerken als een aan de man verknocht goed in de zin van het derde lid van art. 1:94 BW. Nader zal moeten worden gesteld dat de immateriële schadevergoeding (mede) dient ter compensatie voor leed dat de betrokken echtgenoot in de toekomst, na de ontbinding van het huwelijk door de echtscheiding, nog zal ondergaan, en dat de materiële schadevergoeding (mede) strekt ter vervanging van door invaliditeit (voorgoed) wegvallende arbeidsinkomsten, alsmede ter compensatie voor in de toekomst te maken extra onkosten als gevolg van het opgelopen letsel. De stelplicht omvat derhalve mede dit "toekomstige schade"-element. De rechtsklacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69df78cf29dcc70585f623d5c780a50adf4dfd9026a9dcad726e143b7933818a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69df78cf29dcc70585f623d5c780a50adf4dfd9026a9dcad726e143b7933818a, en de alinea staat in dat document op bytes 14996 tot 15935.