Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8295.

3.14 Van Boneval Faure heeft, in de bewoordingen van Asser(31) in een afgewogen en overtuigend betoog, de verhouding geschetst tussen art. 66 Fw en de regels voor het getuigenverhoor in het civiele procesrecht(32). Volgens van Boneval Faure vindt het verhoor van art. 66 Fw niet plaats in een contradictoir geding, maar buiten geding en kunnen dus (algemene) bepalingen omtrent het getuigenverhoor die een wederpartij veronderstellen, niet van toepassing zijn. Dit sluit echter niet uit dat andere bepalingen dan die genoemd in art. 66 Fw - deze bepalingen zijn volgens Van Boneval Faure uitdrukkelijk toepasselijk verklaard, omdat de rechter-commissaris anders geen rechtsdwang toekomt - omtrent getuigenverhoor wel toepasselijk kunnen zijn. Want, zo vervolgt hij, nergens elders komen bepalingen omtrent getuigenverhoor die door de rechter-commissaris worden gehouden, voor. Zijn slotsom luidt dan ook dat de bepalingen omtrent de bewijskracht van de getuigenissen (van toen nog het Burgerlijk Wetboek) toepasselijk zijn, voorzover art. 66 Fw daarvan niet afwijkt of de toepassing daarvan door het ontbreken van partijen onmogelijk maakt. Ook bepalingen omtrent het getuigenverhoor zijn van toepassing, behalve voor wat betreft het oproepen van de getuigen en welke uit de ontstentenis van partijen voortvloeien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe0c64d5b2b798a10161a6045d1cd5aa0bc618b58455226d85f0271d1213051e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe0c64d5b2b798a10161a6045d1cd5aa0bc618b58455226d85f0271d1213051e, en de alinea staat in dat document op bytes 34249 tot 35577.