Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8618.

17. Uit de wetsgeschiedenis van de totstandkoming van de Wet van 10 november 2004 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering strekkende tot aanpassing van de eisen te stellen aan de motivering van de bewezenverklaring bij een bekennende verdachte valt af te leiden dat het evenvermelde voorschrift is geformuleerd in een amendement van de kamerleden Wolfsen en Griffith over aangescherpte motiveringsplicht van de rechter. Daarbij stond tegenover de invoering van dit voorschrift en de toevoeging van een tweede volzin aan het tweede lid van art. 359 Sv, de schrapping van art. 359 lid 7 (oud) Sv. Aandacht verdient dat die schrapping werd ingeluid door een eerder amendement van de beide kamerleden waarin juist werd voorgesteld om de werking van het artikellid uit te breiden en waarbij die uitbreiding vergezeld ging van de verplichting om de vordering van de officier van justitie te vermelden. De bedoeling was dat de rechter ook zou moeten motiveren waarom naar beneden van de eis werd afgeweken en waarom (andere) dragende onderdelen van het requisitoir niet werden gevolgd.(4) Later evenwel werd gas teruggenomen en kwam het amendement te luiden zoals zojuist aangegeven. Dit mede om te voorkomen dat de motiveringsplicht tegenover het OM zwaarder zou worden dan tegenover de verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80c98df4071350d303c57b5b378966a90ccb32802f9f4f6b7d5b432c72833ad5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80c98df4071350d303c57b5b378966a90ccb32802f9f4f6b7d5b432c72833ad5, en de alinea staat in dat document op bytes 16856 tot 18170.