Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8618.

"In de praktijk van het strafproces heeft de vordering van de officier van justitie de betekenis gekregen van een indicatieve aanduiding van de strafmaat waarmee de verdachte ten hoogste rekening moet houden. Daarop pleegt hij zijn strafmaatverweer te richten. Indien de rechter zwaarder straft dan uit de vordering van de officier van justitie voortvloeit, wordt dat als opzienbarend aangevoeld."(5)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80c98df4071350d303c57b5b378966a90ccb32802f9f4f6b7d5b432c72833ad5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80c98df4071350d303c57b5b378966a90ccb32802f9f4f6b7d5b432c72833ad5, en de alinea staat in dat document op bytes 22629 tot 23043.