Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8639.

7. Moeilijker te beantwoorden is de vraag wat rechtens is als de Hoge Raad op een eerder tijdstip uitspraak doet, een mogelijkheid die mijns inziens niet als volstrekt denkbeeldig terzijde kan worden geschoven. Uit de door het Hof aan het bewezenverklaarde gegeven kwalificatie kan worden afgeleid, dat het Hof de tenlastelegging zo heeft verstaan, dat de verdachte daarin één enkele overtreding van de Leerplichtwet 1969 wordt verweten die in de in de tenlastelegging genoemde periode is gepleegd. Die uitleg is in het licht van de wettelijke regeling niet onbegrijpelijk. De verplichting die op grond van art. 2 lid 1 Leerplichtwet 1960 op - in dit geval - de ouder rust, is te zorgen dat de jongere de school van inschrijving geregeld bezoekt. Art. 4 lid 2 Leerplichtwet 1969 bepaalt daarbij dat het schoolbezoek geregeld plaats vindt zolang geen les of praktijktijd wordt verzuimd. Het Hof heeft op grond daarvan de tenlatelegging zo kunnen opvatten dat sprake is geweest van een aaneengesloten periode waarin van geregeld schoolbezoek geen sprake is geweest, hetgeen de verdachte als één enkel verzuim wordt aangerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0, en de alinea staat in dat document op bytes 7075 tot 8218.