Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8639.

8. Art. 2 lid 1 Leerplichtwet 1969 bevat een voortdurende verplichting, die voortdurend wordt overtreden zolang van geregeld schoolbezoek geen sprake is. Men zou derhalve van een voortdurend delict kunnen spreken of van een omissiedelict dat pas voltooid is als de dader niet langer in gebreke is. Dat betekent dat de verjaringstermijn eerst is beginnen te lopen nadat de periode waarin van geregeld schoolverzuim geen sprake was, ten einde is gekomen.(2) Het antwoord op de vraag wanneer het plichtsverzuim is geëindigd, vergt vaststellingen van feitelijke aard. Ik merk daarbij op dat het het gegeven dat het feit in de tenlastegelegde en bewezenverklaarde periode is gepleegd, nog niet noodzakelijk betekent dat het gedurende die hele periode is gepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0, en de alinea staat in dat document op bytes 8238 tot 9010.