Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8639.

9. Tot de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen behoort een door de leerplichtambtenaar opgemaakte schriftelijke aangifte van 23 mei 2002, inhoudende dat [betrokkene 1] in de periode van 1 november 2001 tot heden de school niet heeft bezocht. Dat het schoolverzuim na 23 mei 2002 heeft voortgeduurd kan mijns inziens opgemaakt worden uit de op 5 augustus 2002 afgelegde, als bewijsmiddel gebezigde verklaring van genoemde [betrokkene 1], inhoudende dat hij omstreeks 12 november of 13 november 2001 op advies van de verdachte weggebleven is van school. In het licht van de ter zitting gevoerde verweren en de verwerping daarvan door het Hof kan deze verklaring aldus begrepen worden dat [betrokkene 1] al die tijd, dus tot aan het moment van het afleggen van zijn verklaring weg is gebleven van school.(3) Geconcludeerd kan derhalve worden dat de verdachte tot aan het eind van de in de tenlastegelegde perode in gebreke is gebleven. Aan deze conclusie doet mijns inziens niet af dat - naar alle waarschijnlijkheid - het einde van de bedoelde periode in de schoolvakantie viel.(4) Net zo min als de kerstvakantie en de voorjaarsvakantie aan het verzuim een einde maakten (het bleef als gezegd één en hetzelfde voortdurende verzuim), deed het intreden van de grote vakantie dat. Alleen in bijzondere gevallen zou dat anders kunnen zijn, maar daarvan is niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0, en de alinea staat in dat document op bytes 9030 tot 10411.