Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8639.
15. In 's Hofs overwegingen ligt het oordeel besloten dat niet aannemelijk is geworden de aan het verweer ten grondslag liggende feitelijke stelling dat aan verdachtes zoon de toegang tot school was ontzegd. Volgens het Hof wilde de school in gesprek komen met de verdachte en haar zoon, en is verdachtes zoon weliswaar bij één gelegenheid gevraagd de school te verlaten, maar betekent dit nog niet dat aan hem überhaupt de toegang tot de school zou zijn ontzegd. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Daarbij neem ik onder meer in aanmerking de inhoud van de in het verweer bedoelde, zich in het dossier bevindende, brief van 14 november 2001. Gelet op de bewoordingen en strekking heeft het Hof deze brief kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als inhoudende een uitnodiging aan de verdachte om, voordat haar zoon na afwezigheid weer op school terug kon keren, met de verdachte in gesprek te komen, en niet als inhoudende dat aan verdachtes zoon de toegang tot de school was ontzegd. Voor een verdere toetsing is in cassatie geen plaats.(6)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0, en de alinea staat in dat document op bytes 15512 tot 16571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33d334abb18979fa5ae0379830db8eefd973ea42222f538565571a7d05fc8ca0 | shasum -a 256