Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8680.

12. De rechtspraak van de Hoge Raad vertoont een duidelijke lijn als het gaat om verwachtingen die door ambtenaren van justitie worden gewekt ten aanzien van de mogelijkheden tot het instellen van een rechtsmiddel. In HR 28 januari 2005, LJN AR6618 had het Hof vastgesteld dat een griffiemedewerker telefonisch aan de raadsman had meegedeeld dat zijn schriftelijke aanhoudingsverzoek door de rechter zou worden gehonoreerd(2), met als gevolg dat noch de raadsman noch de verdachte op de zitting verscheen en het hoger beroep uiteindelijk te laat werd ingesteld omdat in werkelijkheid het verzoek niet was gehonoreerd terwijl evenmin bij de griffie was geverifieerd of het onderzoek inderdaad was aangehouden. Volgens de Hoge Raad was de overschrijding van de beroepstermijn verontschuldigbaar en dus niet fataal. (3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68f76b19fbc77ddf3510779b45c9ffb72911799c6896393c249b7736654ea7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68f76b19fbc77ddf3510779b45c9ffb72911799c6896393c249b7736654ea7b, en de alinea staat in dat document op bytes 13103 tot 13932.