Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8680.

13. In HR 21 juni 2005, LJN AT4371 was de verdachte bij verstek tot een geldboete van vijfonderd euro veroordeeld en raakte binnen de beroepstermijn bekend met die veroordeling. Toch stelde hij pas enkele maanden later het hoger beroep in omdat een parketmedewerker hem gedurende de beroepstermijn op zijn vraag "wat hij nu moest doen" telefonisch had meegedeeld dat hij niets hoefde te doen, maar moest wachten op de brief. Het Hof overwoog dat geen omstandigheid aannemelijk was geworden op grond waarvan het Hof de verdachte in het hoger beroep toch ontvankelijk moest verklaren. Volgens de Hoge Raad was dit oordeel echter niet begrijpelijk gelet op de bedoelde mededeling van de parketmedewerker.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b68f76b19fbc77ddf3510779b45c9ffb72911799c6896393c249b7736654ea7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b68f76b19fbc77ddf3510779b45c9ffb72911799c6896393c249b7736654ea7b, en de alinea staat in dat document op bytes 13952 tot 14667.