Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8691.

9. De kennelijke bedoeling van de wetgever - die correspondeert met de tekst van de wet - is dat, anders dan aanvankelijk werd voorgesteld, niet elke afwijking van de eis nadere motivering behoeft. In het verlengde daarvan ligt dat de vordering als zodanig nog niet een "uitdrukkelijk onderbouwd standpunt" oplevert. Of de afwijking van de eis moet worden gemotiveerd, zal afhangen van de argumenten die in het requisitoir aan de eis ten grondslag zijn gelegd. Daarmee staat de toevoeging van een tweede volzin aan art. 359 lid 2 Sv in het teken van het contradictoire debat. Daarnaast geldt dat het vonnis steeds de vordering moet vermeden, ongeacht of daarvan wordt afgeweken of niet. De vraag is welke belangen met dat voorschrift worden gediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b, en de alinea staat in dat document op bytes 8518 tot 9280.