Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8691.
11. In het eerste, oorspronkelijke amendement was wel duidelijk waarom de vermelding van de vordering paste bij de aanscherping van de motiveringsplicht. Die aanscherping hield immers in dat elke afwijking van de vordering moest worden gemotiveerd. Als het vonnis de vordering vermeldt, is in één oogopslag te zien of van die vordering is afgeweken en dus of nadere motivering is vereist. Anders gezegd: de nieuwe verplichting bracht mee dat aan de hand van het vonnis zelf kon worden gecontroleerd of de aangescherpte motiveringseis was voldaan. Daarvoor was niet nodig dat in de stukken van het geding werd gespit. Minder duidelijk is evenwel waarom de verplichting om de vordering te vermelden, past bij de aangescherpte motiveringsplicht zoals die uiteindelijk in de wet is terechtgekomen. Of sprake is van een door de officier van justitie ingenomen "uitdrukkelijk onderbouwd standpunt" die tot nadere motivering noopt, kan immers niet uit de vermelding van de vordering blijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b, en de alinea staat in dat document op bytes 9928 tot 10927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b | shasum -a 256