Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8691.

18. Ik teken bij deze vergaande relativering van de nietigheid aan dat het belang van de vermelding van de tenlastelegging mij groter voorkomt dan het belang dat gemoeid is met de vermelding van de vordering van de officier van justitie. De vermelding van de tenlastelegging dient tenslotte om aan de hand van het vonnis zelf te kunnen controleren of de rechter wel heeft beslist op grondslag van de tenlastelegging, en staat dus in direct verband met één van de kernvoorschriften van onze strafvordering. Daar staat misschien tegenover dat de vergaande relativering zich heeft voltrokken tegen de achtergrond van een rechtspraktijk waarin de tenlastelegging plichtsgetouw in het vonnis pleegt te worden vermeld. Het gaat bij de verzuimen om bedrijfsongevallen, om een enkele incidentele misser. Ten aanzien van de verplichting om de vordering te vermelden daarentegen is van een gevestigde praktijk nog geen sprake. Het zou kunnen zijn dat het nieuwe voorschrift een dode letter blijft als de niet-naleving ervan van meet af aan niet wordt gesanctioneerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b, en de alinea staat in dat document op bytes 15151 tot 16223.