Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8691.
23. Anders dan de stellers van het middel menen, denk ik dat het Hof de punt goed op de i heeft gezet. In HR 28 april 1919, NJ 1919, p. 557 oordeelde de Hoge Raad op grond van het toenmalige art. 221 Sv dat art. 310 Sr niet behoeft te worden aangehaald in een geval waarin werd veroordeeld wegens art. 312 Sr.(7) Een relevant verschil met het onderhavige geval, waarin art. 311 Sr als toepasselijk artikel is aangehaald, zie ik niet. Overigens zou de Hoge Raad, als hierover anders moet worden geoordeeld, het verzuim op grond van art. 441 Sv zelf hebben kunnen herstellen.(8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b, en de alinea staat in dat document op bytes 17864 tot 18453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b | shasum -a 256