Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8691.
27. Van inklimming is sprake indien de dader zich in geval van diefstal in of uit een gebouw de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een daartoe niet bestemde opening van het gebouw. (9) Daarbij is niet vereist dat de dader zich heeft moeten inspannen om de plaats van het misdrijf te kunnen betreden. De omstandigheid dat de dader vrij gemakkelijk het pand binnen kan komen en de inklimming niet gepaard gaat met braak- of verbrekingshandelingen staat aan het oordeel dat sprake is van inklimming niet in de weg.(10) Dat de Hoge Raad zich op het normale spraakgebruik pleegt te beroepen, doet daaraan, anders dan de stellers van het middel lijken te menen, niet af. Met dat beroep wil niet uitgedrukt zijn dat het begrip "inklimming" beperkt moet worden uitgelegd (in die zin dat de dader zich in opwaartse richting moet hebben bewogen), maar dat met de gegeven (ruime) uitleg nog niet het terrein is betreden van de uitbreiding die in art. 89 Sr aan het begrip is gegeven. Die uitbreidende definitie vormt intussen wel een argument om het "normale" begrip inklimming niet al te beperkt uit te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b, en de alinea staat in dat document op bytes 21469 tot 22686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/285b366d7e17ac4d27d8951e9f2f9afc459a1df08d8fb6e8dae30f0e0de4076b | shasum -a 256