Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8847.

3.15. Voor zover het middelonderdeel de opvatting wil verdedigen dat, zodra sprake is van een echtgenoot die in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten van een niet op zijn eigen naam uitgeoefende onderneming hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, een beding tot verrekening van `inkomsten uit arbeid' geacht moet worden zich óók uit te strekken tot de ondernemingswinsten in deze vennootschap, gaat de klacht niet op. De in alinea 2.15 hiervóór bedoelde economische benadering is, dunkt mij, vooral gericht op die gevallen waarin de huwelijkse voorwaarden tot stand zijn gebracht toen de echtgenoot nog de kost verdiende in loondienst bij een ander of in een eenmanszaak en tijdens het huwelijk een verschuiving is opgetreden doordat de echtgenoot directeur-grootaandeelhouder is geworden en de inkomsten uit vermogen (nl. de inkomsten uit zijn aandelen in de B.V.) de plaats hebben ingenomen van zijn inkomsten uit arbeid. Zo'n situatie doet zich hier niet voor. In de onderhavige zaak was de man ten tijde van het aangaan van de huwelijkse voorwaarden reeds directeur-grootaandeelhouder van de vennootschap. Daarnaast heeft het hof zijn oordeel gegrond op de samenhang met het bepaalde in artikel vijf van de huwelijkse voorwaarden. Het subonderdeel faalt om deze redenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688, en de alinea staat in dat document op bytes 46710 tot 48028.