Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8847.

3.17. Van de zijde van de man is tegen subonderdeel 2.2.1 ingebracht dat met evenveel reden kan worden betoogd, dat de vrouw de bewijslast draagt van haar stelling dat het beding de door haar gewenste ruime strekking heeft. De vrouw heeft van de man betaling gevorderd op grond van die stelling. Hoe dan ook, de klacht over schending van art. 150 Rv treft m.i. geen doel. Het hof is in deze zaak niet toegekomen aan de vraag wie van beide partijen de bewijslast zou moeten dragen, omdat het hof reeds op basis van het over en weer gestelde tot zijn oordeel is gekomen dat het verrekenbeding niet ook de verrekening van ondernemingswinsten omvat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688, en de alinea staat in dat document op bytes 48548 tot 49207.