Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006
Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8847.
3.19. In huwelijkse voorwaarden van oudere snit komt vaak een solitair beding tot periodieke verrekening van inkomsten voor. Toen in het notariaat het besef begon door te dringen dat echtgenoten in de praktijk zelden of nooit daadwerkelijk overgingen tot de bedongen periodieke verrekening, werd in toenemende mate aan (aspirant)echtgenoten geadviseerd een periodiek verrekenbeding te combineren met een finaal verrekenbeding, voor het geval dat bij het einde van het huwelijk blijkt dat de periodieke verrekening achterwege is gebleven(27). Een dergelijk combinatiebeding komt in verschillende gedaanten voor. Zo kunnen echtgenoten in hun huwelijkse voorwaarden, en zelfs nog bij echtscheidingsconvenant, overeenkomen dat zij na de ontbinding van het huwelijk onderling zullen afrekenen alsof tussen hen een algehele of gedeeltelijke gemeenschap van goederen heeft bestaan(28). Bij die wijze van afrekenen worden in beginsel(29) alle bij het einde van het huwelijk aanwezige activa en passiva in de afrekening meegenomen, met inbegrip van het bij huwelijk aangebrachte privévermogen. De herkomst van het aanwezige vermogen is dan niet interessant.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688, en de alinea staat in dat document op bytes 49722 tot 50885.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688 | shasum -a 256