Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8847.

2.6. Vanuit de verwachting dat de echtgenoten kort na het einde van elk boekjaar werkelijk zullen overgaan tot periodieke verrekening, valt te begrijpen dat in het verleden in veel akten van huwelijkse voorwaarden aansluiting is gezocht bij fiscale begripsomschrijvingen. Voor de aangifte inkomstenbelasting moet jaarlijks een opstelling van de inkomsten in het verstreken jaar worden gemaakt. Het is dan administratief gemakkelijk deze opstelling ook te gebruiken voor de periodieke verrekening tussen de echtgenoten. In de vakliteratuur wordt echter ervoor gewaarschuwd, niet te snel begrippen uit de Wet IB 1964 (of de latere Wet IB 2001) bepalend te doen zijn voor de omvang van de verrekenplicht tussen de echtgenoten onderling(10). Indien het verrekenbeding ook verrekening van ondernemingswinsten omvat, moet worden gelet op de verschillende vormen waarin de winst van een onderneming boekhoudkundig tot uitdrukking kan komen (`commerciële winst' tegenover `fiscale winst' e.d.)(11).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688, en de alinea staat in dat document op bytes 21102 tot 22106.