Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8847.

2.7. Indien echtgenoten het inkomensbegrip in hun huwelijkse voorwaarden willen koppelen aan begrippen uit de Wet IB 1964, zijn de volgende fiscaalrechtelijke bepalingen van belang. Art. 4 lid 1 Wet IB 1964 bepaalde dat het `onzuivere inkomen' bestaat uit het gezamenlijk bedrag van hetgeen de belastingplichtige geniet als: (a) winst uit onderneming, (b) zuivere inkomsten uit arbeid, uit vermogen of in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen en (c) winst uit aanmerkelijk belang. In afdeling 2 (art. 6 e.v.) gaf de Wet IB 1964 een omschrijving van het begrip `winst uit onderneming'. In afdeling 3 gaf de Wet IB 1964 een omschrijving van het begrip `zuivere' inkomsten (art. 21) en van de begrippen `inkomsten uit arbeid' (art. 22-23), `inkomsten uit vermogen' (art. 24-29a) en `bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen' (art. 30 e.v.). In art. 22 lid 1 van deze wet werden `inkomsten uit arbeid' omschreven als:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688, en de alinea staat in dat document op bytes 22145 tot 23104.