Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8847.
2.11. Met betrekking tot (a): De jaarlijkse ondernemingswinst, behaald door een besloten of naamloze vennootschap, vormt als zodanig nog geen inkomsten van een van de echtgenoten: de winst valt in het vermogen van de vennootschap. Zodra de vennootschap overgaat tot uitkering van (een deel van) de ondernemingswinst aan de aandeelhouder(s), vormt dit bedrag voor de aandeelhouder(s) `inkomsten uit vermogen'. Wanneer in de huwelijkse voorwaarden een periodieke verrekening is bedongen van zowel `inkomsten uit arbeid' als `inkomsten uit vermogen' c.q. `inkomsten uit goederen', wordt de aan een echtgenoot uitgekeerde ondernemingswinst, voor zover hiervan na het betalen van de kosten van de huishouding aan het eind van het jaar nog iets over is, tussen de echtgenoten verrekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688, en de alinea staat in dat document op bytes 25354 tot 26148.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688 | shasum -a 256