Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX8847.

3.5. De toevoeging in het middel, dat de in het subonderdeel bepleite lezing strookt met een redelijke zin van deze wettelijke bepaling, treft geen doel. De strekking van het vierde lid van art. 1:141 BW is hiervóór uiteengezet. In de vakliteratuur is inderdaad wel in twijfel getrokken of de tweede in art. 1:141 lid 4 gestelde voorwaarde (te weten dat een verrekenbeding is overeengekomen dat ook ondernemingswinsten omvat) zelfstandige betekenis heeft(25). Echter, het belang van de tweede voorwaarde blijkt terstond wanneer niet aan deze voorwaarde is voldaan: indien het verrekenbeding niet (mede) strekt tot verrekening van ondernemingswinsten, bestaat er geen enkele grond om de niet uitgekeerde ondernemingswinsten in de verrekening te betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aa6bf16601cf3c30fe98f4fc57c849aeb60ac68b112ec5074f7679c4fde9688, en de alinea staat in dat document op bytes 41688 tot 42458.