Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9178.

3.8 De stellers van het middel doen het voorkomen alsof het leerstuk van de medeschuld los staat van de vraag of verdachte nog gelegenheid had invloed uit te oefenen op de loop der gebeurtenissen. Mijns inziens geeft zulks blijk van een miskenning van de plaats van de medeschuld op het terrein van de culpa. Een beroep op medeschuld van het slachtoffer of anderen heeft immers vrijwel steeds de strekking te betogen dat verdachte geen beheersing meer had over de loop der gebeurtenissen doordat het slachtoffer of anderen daaraan een eigen belangrijke bijdrage leverde(n) die bepalend was voor de afloop. In wezen wordt in deze zaak hetzelfde betoogd. Het plotselinge handelen van [het slachtoffer] sneed voor verdachte de mogelijkheden af de verdere loop der gebeurtenissen te beïnvloeden.(10) Ik riposteer door te citeren uit HR 16 maart 1999, NJ 1999, 387, waarin verdachte eveneens voor het misdrijf van art. 308 Sr was veroordeeld:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75, en de alinea staat in dat document op bytes 21875 tot 22826.