Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9178.

3.10 Voorzover in het middel wordt aangevoerd dat geen sprake kan zijn van culpa omdat verdachte niet in staat was het ongeluk te vermijden en dus niet kan worden volgehouden dat hij in casu anders kón handelen, geldt nog het volgende. Met de stellers van het middel ben ik het eens dat verdachte op het moment suprême waarschijnlijk weinig invloed heeft kunnen uitoefenen op de circa dertig leden die zich achter hem in het halletje bevonden. Dit neemt evenwel niet weg dat uit bewijsmiddel 3 volgt dat verdachte vooraan bij de tafel heeft staan duwen op het moment dat [het slachtoffer] werd geraakt. Dat óók anderen tegelijkertijd met verdachte de tafel naar voren richting de lustrumdeuren duwden doet de schuld van verdachte, zoals hiervoor reeds onder 3.8 is overwogen, niet zonder meer teniet. Daar komt nog bij dat uit de bewijsmiddelen 4 en 5 kan worden afgeleid dat verdachte tezamen met een andere (oud-)bewoner van het Wallon een voortrekkersrol heeft vervuld in de aanloop naar het incident en tijdens het hele gebeuren de rest van de groep heeft opgezweept. Daaruit volgt dat verdachte zelf een belangrijk aandeel heeft gehad in het op stoom brengen van de "machine" die, volgens eigen zeggen, uiteindelijk niet meer kon worden gestopt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75, en de alinea staat in dat document op bytes 24347 tot 25615.