Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9178.
3.15 Voorts wordt nog aangevoerd dat onduidelijk is op welke bewijsmiddelen het Hof het oog heeft gehad in zijn overweging dat het beroep op de spelexceptie niet kan slagen. Mede gelet op hetgeen het Hof in zijn bewijsoverweging heeft opgemerkt omtrent de gang van zaken op de sociëteit van Minerva in de nacht van 13 op 14 april 2001, zoals hiervoor onder 3.4 opgenomen, heeft het kennelijk bedoeld aan te geven dat het "leestafel-zooien" - zoals dat heeft plaatsgehad bij het Wallon-uitdrinken - géén met enige regelmaat wederkerende gebeurtenis is waarbij het voor alle deelnemers duidelijk is wat hun rol in het geheel is en wat zij van de "tegenstanders" kunnen en moeten verwachten.(19) Die vaststelling heeft het Hof uit het geheel aan gebezigde bewijsmiddelen, met name die weergegeven onder 3.3, kunnen afleiden. Een nadere aanduiding van een specifiek bewijsmiddel was dan ook mijn inziens niet noodzakelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75, en de alinea staat in dat document op bytes 32270 tot 33204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75 | shasum -a 256